Protocol - Parketservice Eric Jeurissen

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Protocol

Assortiment > Parket > Vloerverwarming

Uitvoeringsprotocol

Vóór het aanbrengen van de vloer.

Het zandcement dekvloer dient te voldoen aan NEN 2741 eb de vereiste theoretische geleidingsweerstand moet tussen de 0.10 - 0.12 m² K/w liggen.

Onder de dekvloer dient een 3-5 cm dikke isolatielaag meet PS-30 kwaliteit polystyreen te liggen, die dient als vochtblokkade en om het warmteverlies naar fundering en kruipruimte te voorkomen.

Vloerdikte boven de leidingen moet tenminste 45 cm zijn.

Bij een nieuwe dekvloer mag de vloerverwarming pas na 21-28 dagen heel langzaam in werking worden gestel. Het is uit den Boze het verwarmingssysteem te gebruiken voor uitdrogen van de dekvloer!

Voor zandcement dekvloeren geldt een Max. restvocht percentage van 1.8% CM; voor anhydrietvloeren Max. 0.3% CM.

Bij bestaande, "natte" systemen geniet het de voorkeur om een tochtscherm aan te brengen. Buizen in dit systeem kunnen door de loop der jaren poreus worden en dus vocht afgeven.

De vloerleidingen dienen gelijkmatig over de vloer verdeeld te zijn; afstand tussen de buizen moet tussen de 15 CM (=ideaal_ en 30 CM zijn.

U dient de in- en uitgaande watertemperatuur te laten berekenen door een specialist en zijn advies van het vloerverwarmingssysteem opvolgen.

Opstart protocol vóór het plaatsen van de vloer:


Voordat de parketvloer geïnstalleerd wordt, dient de vloerverwarming ingeschakeld te worden en de dekvloer geleidelijk opgewarmd te worden ( ook in de zomer!) per dag dient de vloerverwarming 5graden hoger te worden gezet totdat de maximale temperatuur bereikt is. deze maximale temperatuur dient 7 dagen te worden aangehouden. Daarna de temperatuur weer geleidelijk afbouwen met maximaal 5graden oer dag tot de laagste temperatuur. Dit gehele proces nogmaals herhalen! (= voornamelijk belangrijk bij niet geïsoleerde dekvloeren)

Ventileer de ruimte gedurende deze tijd goed, maar vermijd tocht over de vloer

Het aanbrengen van de parketvloer.


Het aan te brengen parket dient 3 tot 7 dagen te acclimatiseren. De temperatuur in de ruimte dient tussen de 10graden en 20graden te zijn en de relatieve luchtvochtigheid tussen de 45 en 60%.


Tenminste 48 uur vóór plaatsing van de vloer dient de vloerverwarming uitgezet te worden. de oppervlakte temperatuur moet tussen de 15graden en 18graden liggen.

Na het aanbrengen van de parketvloer:


Niet eerder dan 72 uur na plaatsing van het parket mag de vloerverwarming weer worden ingeschakeld. Laat de temperatuur met maximaal 5graden per dag toenemen.

De watertemperatuur in de leidingen mg maximaal 50graden zijn.

Na installatie mag de oppervlakte temperatuur van het parket niet hoger zijn dan 28graden.

Hoe beperkt u de risico's van het "werken" van de vloer zo veel mogelijk:


Niet alle houtsoorten zijn geschikt. Gebruik bij voorkeur houtsoorten met een geringe tot matige werking. Beuken, maple, robijn, essen en guatumbau worden afgeraden. Kophouts is helemaal uitgesloten.

Het houtvochtgehalte van het parket moet volgens de normen een gemiddelde waarde hebben tussen de 7 en 11% vóór plaatsing. Hout dat te dicht tegen het maximaal toelaatbare houtvochtgehalte komt, mag beslist niet verwerkt worden.

Zorg voor een constante relatieve luchtvochtigheid tussen de 50 en 60 %. In stookperiodes wordt het gebruik van een luchtbevochtiger sterk aangeraden.

Het stookproces dient tijdens het gehele stookseizoen zo constant mogelijk te blijven. Snelle en/of grote wisselingen in temperatuur van het water zijn niet aanvaardbaar en brengen schade toe aan uw parketvloer.

Plaats geen vloerkleden of geheel dichte kasten op de vloer. Deze kunnen door warmteophoping ernstige schade aan de vloer toebrengen.

Op de grond van de natuurlijke eigenschappen van hout en de klimatologische omstandigheden in de ruimte zijn krip- en zwelnaden niet uitgesloten en vallen als zodanig buiten de garantie.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu